Herkomst van de naam

 

‘Rites de Passage’ betekent ‘overgangsriten’. Het is een term van de Belgische antropoloog Van Gennep. Rites de passage helpen belangrijke gebeurtenissen in het leven een plek te geven. Om deze te integreren in het leven.
 
Voorbeelden uit de verschillende religies
 

Binnen de verschillende religieuze tradities zijn tal van voorbeelden te vinden van deze zg. ‘rites de passage’.

 

In de Joodse traditie doet  een jongetje zijn Bar Mitswa wanneer hij 13 jaar wordt. Hij leest dan voor het eerst in de synagoge voor uit de Thora. Daarmee wordt hij opgenomen in de geloofsgemeenschap. Hij is niet langer kind, maar vanaf dat moment een  volwassen lid van de Joodse gemeenschap. Het voorlezen uit de Thora is een rituele handeling die deze verandering van status begeleidt en symbolyseert.

 

Wanneer een gelovige de moskee binnengaat voor het gebed, doet hij zijn schoenen uit en wast hij zijn gezicht, mond, handen en voeten. Deze rituele wassing is een voorwaarde voor het uitvoeren van sacrale handelingen. De gelovige legt het aardse als het ware af en gaat over naar een toestand van reinheid. De rituele handeling, het wassen, maakt deze overgang mogelijk.

 

In de RK-kerk kent men de ziekenzalving. Wanneer men ernstig ziek is, verleent de priester het zg. Sacrament der Zieken, ook wel het Heilig Oliesel genoemd. Men heeft de gelegenheid te biechten, er wordt gebeden, de zieke wordt gezalfd en ontvangt de laatste communie. Vroeger was het een bezweringsritueel, tegenwoordig gaat het meer om een versterking van de band met God. Men hoeft de dood niet als een bedreiging te zien. Men kan rustig sterven. Deze rituele handeling helpt de zieke de naderende dood te accepteren.

 
   
Antropologie  
   

Van Gennep was geen theoloog, maar een antropoloog. Zijn studie richtte zich op de verschillende levensfasen van de mens. De overgang naar een nieuwe fase betekent de losmaking van de oude fase, een tijdelijk ‘nergens bij horen’ en de toetreding tot de nieuwe fase. Dit begint al bij het allereerste begin. Vóór de conceptie is er niets, dan is de mens ‘in wording’ en tenslotte is daar de geboorte. In het leven volgen dan nog verschillende overgangsfasen. Die van kind-zijn naar de volwassenheid. En die van alleen-zijn naar de ‘getrouwde status’. (Van Gennep schreef zijn werk in 1909!) Ook de periode tussen leven en dood, de fase van sterven, benoemde hij als een periode van overgang. De mens maakt zich los van het leven en bereidt zich voor op de dood.

 

 
Het proces van afscheid nemen  
   

Dit principe van losmaken, van transformatie en van reïntegratie, zie ik ook in het proces van afscheid nemen. Wanneer iemand die je liefhebt overlijdt, is het net alsof de wereld stil staat. Die periode van 4 of 5 dagen voordat de begrafenis of crematie plaatsvindt, is onwerkelijk. Jouw geliefde is er niet meer, maar het definitieve afscheid, de begrafenis of crematie, moet nog komen. De afscheidsplechtigheid vormt het begin van de periode van reïntegratie. Je neemt officieel afscheid van degene die je lief is en staat aan het begin van een leven zonder hem of haar.

 
   

Reïntegratie, is het daarvoor nog niet veel te vroeg? De periode van rouw is nog maar net begonnen. Dat is absoluut waar. Een afscheidsritueel is dan ook een begin.

 
   

Het benoemen en verwoorden van emoties en vooral het samen delen ervan is erg belangrijk. Het is een eerste stap in het onderkennen van je emoties. En bovendien kan het troost bieden. Verdriet komt immers voort uit het gemis van iets moois, van liefde, van fijne ervaringen.